De Belgische papierproducenten, kampioenen van de hernieuwbare energie

15/10/12 om 00:00 - Bijgewerkt op 14/10/12 om 23:59

Bron: Grafisch Nieuws

In 2011 kwam 51 % van de energievoorziening van de Belgische papierindustrie van hernieuwbare bronnen. In de loop van de voorbije twintig jaar is het aandeel van de hernieuwbare energie met ongeveer 150% gegroeid. Daardoor produceert de sector bijna 8% van de groene elektriciteit in ons land. In de ogen van de federatie Cobelpa gaat het om een belangrijke bijdrage om de energie- en klimaatdoelstellingen die België en Europa zich stellen, te halen.

De Belgische papierproducenten, kampioenen van de hernieuwbare energie

© Getty Images/iStockphoto

"Voor een kleine sector die minder dan 1% van het Belgische BBP vertegenwoordigt, is het opwekken van bijna 8% van de Belgische groene elektriciteit een opmerkelijk resultaat. Weinig actoren kunnen dergelijke cijfers voorleggen," aldus Firmin François, Directeur-generaal van Cobelpa.

Drie hernieuwbare energiebronnen dragen bij tot dat resultaat: de productie van energie uit de residu's afkomstig van de vervaardiging van chemische pulp (de 'zwarte likeur') is goed voor 30%; de terugwinning van energie uit biomassa vertegenwoordigt 13%; de resterende 8% komt voort uit de valorisatie ter plaatse van restanten van het productieproces (ontinkingsslib, recyclage van residu's, en boomschors).

Het gebruik van hernieuwbare energie betekent dat de papiersector een jaarlijkse CO-2-emissie van meer dan een miljoen ton vermijdt, wat ongeveer 1 % van de nationale emissie vertegenwoordigt. Dit gebruik van hernieuwbare energie, gecombineerd met de verbetering van de energie-efficiëntie van de sector, heeft de papierindustrie bovendien in staat gesteld om haar CO-2-emissie per ton geproduceerd papier in 20 jaar met 40% terug te dringen.

Een onderzoek van Filpap, waarin de verschillende elementen van de papierketen doorgelicht werden, heeft overigens aangetoond dat het nationale papierverbruik overschat werd, en dat parallel daarmee de recyclagegraad te laag ingeschat werd.

De verklaring is in de import/export te vinden: om het verbruik in België te berekenen, ging men tot nu toe uit van de productie en netto import van papier en karton voor de vervaardiging van tijdschriften en verpakkingen. Er werd echter geen rekening gehouden met de verschillende schakels tussen de grondstoffen en het eindgebruik - en meer bepaald de in- en uitvoer van verpakte producten.

De door de consultanten van Ernst & Young gecorrigeerde cijfers herleiden het Belgische verbruik tot 258,8 kg per inwoner in 2011 (tegen 305,5 kg in 2009, volgens de oude berekeningswijze). Meteen verbetert ook onze recyclagegraad in grote mate.

In 2011 werd er immers 196 kg oud papier en karton per inwoner opgehaald (tegen 170, 82 kg in 2009). Een duidelijke verhoging die op basis van het gecorrigeerde verbruik een recyclagegraad van 76,2% oplevert (tegen 55,9% in 2009). Resultaten die perfect overeenstemmen met die in de buurlanden.

Lees meer over: